Registreren    Inloggen     Search
 
Zoek
Abonneer u op ons tijdschrift Beyond Medicine voor maar € 28,50 per jaar
Minimaliseren 

Stand van zaken samenwerking complementair/regulier

jun 13

Geplaatst door:
13-6-2007 18:53  RssIcon

Zorgvragers beschouwen complementaire geneeswijzen steeds meer als gebruikelijke zorg voor gezondheid. Per jaar maken 2,3 miljoen mensen (15,7%) gebruik van natuurlijke geneeswijzen. Dat betekent per jaar 14,1 miljoen contacten. We kunnen stellen, dat de complementaire zorg bezig is uit te groeien tot een transparante professionele hulpverlening. Er komt duidelijkheid in het veld van de opleidingen, de beroepsuitoefening en de beroepsorganisaties. Wetenschappelijk onderzoek vindt tegenwoordig op grote schaal plaats.
Stand van zaken samenwerking complementair/regulier
Zorgvragers beschouwen complementaire geneeswijzen steeds meer als gebruikelijke zorg voor gezondheid. Per jaar maken 2,3 miljoen mensen (15,7%) gebruik van natuurlijke geneeswijzen. Dat betekent per jaar 14,1 miljoen contacten. We kunnen stellen, dat de complementaire zorg bezig is uit te groeien tot een transparante professionele hulpverlening. Er komt duidelijkheid in het veld van de opleidingen, de beroepsuitoefening en de beroepsorganisaties. Wetenschappelijk onderzoek vindt tegenwoordig op grote schaal plaats. Er zijn zoveel goed uitgevoerde effectstudies dat het aan is te raden af te gaan op reviews en meta-analyses. Overheid en consumentenorganisaties streven in 2004 naar transparante zorg. Er zijn in Nederland 22.000 complementaire genezers georganiseerd binnen een professionele beroepsorganisatie. Er is een toename te constateren van wetenschappelijk onderzoek van complementaire geneeswijzen. In 2001 werden meer dan 3000 publicaties naar complementaire geneeswijzen op Internet gevonden. Met het ontstaan van een multiculturele samenleving is ook het aanbod van geneeswijzen veranderd. Het aandeel van allochtone geneeswijzen is sterk toegenomen. Degenen die gebruik maken van de complementaire geneeswijzen zijn meer vrouwen dan mannen. Vooral mensen tussen 30 en 60 jaar, meer particulieren dan ziekenfondspatiënten en meer hoger opgeleiden dan lager opgeleiden. Nieuwe vormen en benaderingen komen op gang in de gezondheidszorg. Deze worden in onderstaand artikel verder belicht. (Van Dijk 2003 en 2004)
 
Astand en verkilling reguliere gezondheidszorg
 
In het boekje ‘Zorg om Zorg’ van de arts-schrijver Pieter Sluis kunnen we er kennis van nemen hoe gedurende de 25 jaar dat hij als huisarts werkte, zorg steeds ingewikkelder en onpersoonlijker is geworden. De grootschalige dienstencentrales voor huisartsen hebben hun intree gedaan, samen met de antwoordapparaten, mobiele telefoons, computers, de parttime artsen en de parttime verpleegkundigen. Naast de voordelen ziet hij toch voornamelijk het totaalbeeld van versnippering en verschraling van het persoonlijk element in de zorg. Zorg wordt steeds meer verwoord in regels en behandelstandaarden. Volgens Sluis is de gezondheidszorg ingewikkelder en onpersoonlijker geworden. Deze ontwikkeling heeft geleid tot verharding van het intermenselijk contact. Mensen zijn zich veel meer consumptief gaan opstellen. Er is minder geduld en tolerantie. Dit is niet alleen in de samenleving te constateren, maar we zien dit ook op andere gebieden optreden. (Sluis 2004)
 
Huisarts en complementaire geneeswijzen
 
Hoe is het met de samenwerking tussen complementaire en reguliere zorg vanuit het perspectief van de huisarts?
- Patiënten vinden unaniem dat de  huisarts iets moet afweten van complementaire geneeswijzen en vragen op dat gebied moeten kunnen beantwoorden.
- Driekwart van de patiënten vindt dat hij met de huisarts moet kunnen over
   leggen over een eventueel bezoek aan  de complementaire therapeut.
- Driekwart vindt het ook plezierig dat de huisarts er achter staat als men naar
 een alternatieve/complementaire genezer gaat.
 
Hoe kijkt de oudere huisarts (30 tot 50 jaar) aan tegen complementaire geneeswijzen?
- Driekwart van de oudere huisartsen (30 tot 50 jaar) vindt dat een huisarts iets moet afweten van de belangrijkste complementaire geneeswijzen.
- In de praktijk is de kennis van complementaire therapieën onder deze huisartsen echter bedroevend. De informatie over complementaire geneeswijzen
  halen ze vooralsnog uit de bladen die huis aan huis worden verspreid en helaas nog niet voldoende uit vakbladen.
- Actieve verwijzingen door huisartsen zijn zeldzaam
- Passieve verwijzingen komen vaker voor. Gemiddeld gaat het om 27 verwijzingen per jaar per huisarts. Verwijzingen gaan vooral naar manueel
  therapeuten,homeopaten en acupunctuur.
- De oudere generatie van huisartsen staat relatief positief tegenover deze  drie geneeswijzen.
- Maar 10% van de huisartsen zien iets in paranormale geneeskunst en natuur
 geneeswijzen.
 
Complementaire geneeswijzen
 
In Nederland zijn de meest toegepaste complementaire geneeswijzen de volgende: Acupunctuur, Homeopathie, Paranormale geneeswijze, Natuurgeneeswijzen, Antroposofische geneeskunde en Allochtone geneeswijzen. Er komen steeds meer benaderingsvormen waarbij men vormen combineert. Vaak krijgt zo’n combinatie weer een nieuwe naam. Deze benaderingen zijn samen te vatten onder de naam eclectische therapieën. Voorbeelden hiervan zijn: Nei-therapie, Kinesiologie, ASR-therapie, Mesologie, Ondevit, Neuropsyrurgie. Als de belangrijkste allochtone geneeswijzen kunnen we noemen: de Oosterse geneeskunde, de Ayurveda, de Islamitische geneeskunde, het Sjamanisme, de Tibetaanse geneeskunde en Winti. We zien dat termen in de natuurlijke behandelwijzen steeds Engelstaliger worden, zoals de behandelwijzen: Healing - Touch for Health - Rebirthing - Holistic Pulsing - Inner Child Work.
Mensen met de volgende aandoeningen maken veel gebruik van complementaire geneeswijzen: 1. aandoeningen van het bewegingsapparaat, 2. aandoeningen van het zenuwstelsel en 3. mensen met chronische vermoeidheidsklachten.
 
Wat verwacht de huisarts van een complementair therapeut?
 
- transparantie wat betreft opleiding en vooropleiding;
- aansluiting bij een beroepsvereniging en dit ook duidelijk communiceert  met de
   patiënt;
- transparantie wat betreft:
o behandeldoel
o aantal behandelingen
o kosten behandeling (ook van medicijnen)
- geen recepten meegeven die door  huisartsen ondertekend moeten worden;
- duidelijkheid t.a.v. het kennen van de grenzen van het eigen handelen.
 
Een voorbeeld van een huisarts , waarbij hij naar een complementair genezer verwijst:
- pijnklachten - acupunctuur;
- eczeem - homeopathie;
- functionele stoornissen - Islamitisch genezer;
- maag/darmstoornissen - natuurgeneeskundig therapeut;
- spanningsklachten - magnetiseur.
 
Hoe verwijst een huisarts?
 
- Eerst worden er afspraken gemaakt met de waarneemgroep.
- De patiënt krijgt een brief mee voor de complementair genezer met de ziekte
 geschiedenis van de patiënt, de medicatie en de vraagstelling.
- De arts verwacht een evaluatie van de therapeut. Het blijkt dat 80% van de
 therapeuten hier ook gehoor aan geeft.
 
Op basis van welke argumenten zou een huisarts dienen te verwijzen?
 
In principe zou behandeling bij elke arts en elke therapeut moeten uitgaan van het principe dat je begint met de minst schadelijke therapie.
Stapsgewijs zou je vervolgens kunnen kiezen voor meer ingrijpende
therapieën. Op basis daarvan zou je een aandoening eerst altijd moeten behandelen met een complementaire therapie en wanneer dit onvoldoende oplevert, kiezen voor reguliere therapieën.
Aandoeningen waar de reguliere geneeskunde niets heeft te bieden: ME, fibromyalgie, functionele stoornissen.
Aandoeningen waar de reguliere geneeskunde wel wat heeft te bieden, maar waar de patiënt onvoldoende verbetert. Bijvoorbeeld migraine, eczeem, reuma.
Aandoeningen waar complementaire therapieën iets kunnen toevoegen aan de reguliere therapieën, dus parallelbehandelingen. Bijvoorbeeld bepaalde vormen van kanker.
 
Nieuwe trends
Bij 6e jaars studenten aan de medische faculteit in Utrecht, bestaat op het ogenblik een open belangstelling voor de complementaire geneeswijzen. Men beschouwt attitudevorming en het vergaren van kennis voor de complementaire geneeswijzen even noodzakelijk als voor bijvoorbeeld fysiotherapie. (van Dijk 2004)
Er zijn op het ogenblik veel initiatieven op de medische faculteiten. Enerzijds is de Vereniging studentenwerkgroepen alternatieve geneeswijzen (GRANULLA) actief, anderzijds is bij de medische faculteit Utrecht een werkgroep actief met de ontwikkeling van een module complementaire geneeswijzen. Deze werkgroep van artsen en hoogleraren is samengesteld uit verschillende disciplines. In Deventer is bij de Hogeschool Saxion in januari 2004 de Hbo-opleiding Analgesie (pijnbestrijding) gestart en in januari 2005 start bij de Hogeschool Utrecht in de profilering-ruimte (mogelijkheid een bijvak te kiezen) het bijvak complementaire en alternatieve gezondheidszorg.
De verenigingen van Verpleegkundigen ontwikkelen in 2004 met subsidie van VWS een beroepsdeelprofiel voor de Complementaire Verpleegkundige.
Voorbeeld van een koepelorganisatie die zich bezig houdt met verschillende complementaire zorgvormen is de stichting Maia. De kern van hun projecten richt zich op het ogenblik vooral op de zorg in verpleegtehuizen. Dit houdt bijvoorbeeld in, dat de ziekenverzorgenden van een verpleegafdeling gebruik maken van een aangename vorm van massage met etherische oliën. De resultaten hiervan zijn dermate positief, dat de koepelorganisaties van de verpleeghuizen (KVV en Zonnehuizen) hebben besloten om deze benadering op grote schaal te gaan invoeren. Verder hebben ze zorgprojecten met muziek en organiseren ze zorgtrainingen. Dit zijn speciale cursussen en meerdaagse trainingen aan mensen die professioneel of als vrijwilliger in de gezondheidszorg werkzaam zijn. Deze trainingen gelden tegenwoordig voor huisartsen als officieel erkende nascholingen.
 
Conclusie
In de gezondheidszorg zien we dat het onpersoonlijke en het wetenschappelijke steeds meer de overhand krijgt, terwijl juist een persoonlijke en individuele benadering door velen wordt gewenst. We kunnen stellen dat in 2004 de huidige generatie artsen in het reguliere circuit ‘kritisch positief’ staat ten opzichte van complementaire geneeswijzen. Alleen al in de Verenigde Staten wordt 78 miljoen dollar geïnvesteerd in de complementaire zorg onder meer in de grote kankercentra. We zien dat ook tijdschriften in Nederland, onder andere ‘Het Medisch Contact’ themanummers publiceren over complementaire geneeswijzen. Dat betekent dat we gaan langzamerhand de goede kant op gaan.
Als we daarnaast zien, dat opleidingen en beroepsverenigingen in de complementaire geneeswijzen in Nederland steeds meer internationaal zijn georiënteerd en dat ruim eenderde van deze opleidingen op Hbo-niveau functioneert, dan zou de samenwerking tussen complementair en regulier wel eens heel dichtbij om de hoek kunnen liggen.
 


Uw naam:
Gravatar Preview
Your email:
(Optional) Email used only to show Gravatar.
Your website:
Titel:
Opmerking:
Commentaar Toevoegen   Annuleren 
     

Artikelen therapeuten
 
 
 
Buro vdp Gebruiksovereenkomst  Privacybeleid